Maandelijks archief: december 2010

Het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit van ontwikkelingshulp

Ontwikkelingshulp ligt de afgelopen jaren steeds meer onder vuur  bij verschillende politieke partijen. Hierbij  wordt gewezen op de slechte resultaten van de afgelopen jaren.

Het is belangrijk de teleurstelling over resultaten uit het verleden niet als excuus voor een bezuinigingsoperatie te gebruiken. Wel moeten grote verbeteringen worden doorgevoerd in de doelmatigheid en effectiviteit van de investeringen in ontwikkelingssamenwerking. Het gaat dus niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit van de hulp. De discussie over “0,7 procent” moet dus anders gevoerd worden. Wij moeten voorbij de klassieke hulp, voorbij de armoedebestrijding. Het idee van aansprekende resultaten doet het goed in de media, maar zorgt niet voor ontwikkeling van landen. Dit is lastig, want in eigen land is er de steeds meer de roep om snelle aansprekende resultaten. Het gaat niet om hoeveel kinderen naar school gaan, maar dat ze daadwerkelijk iets leren waar ze wat aan hebben, hoe ze duurzame landbouw moeten bedrijven. Onderwijs kan tot ontwikkeling leiden als het aansluit bij wat een samenleving nodig heeft.

Ontwikkelingshulp is meer dan alleen solidair zijn met de armen in de wereld. Nederland heeft met zijn open economie belang bij een goed functionerende wereldmarkt.  Afrika zal een grote markt in de toekomst zijn en een belangrijke bron van grondstoffen. Daarnaast hebben wij Afrika ook nodig voor het bereiken van klimaatdoelstellingen, beheren van energie en voedsel. Klimaatdoelstellingen zijn niet te realiseren zonder Afrika. Ontwikkeling zorgt voor een stabielere wereldorde en wij moeten zoals Nobelprijswinnaar Stiglitz het uitdrukte:”voorbij de schaamte van het welbegrepen eigenbelang”.

In het Nederlandse beleid dient de doelstelling ontwikkeling meer nadruk te krijgen, want zonder groei valt er niets te verdelen. Het ontstaan van een middenklasse in een land is daarbij essentieel. Dit proces kost jaren. Momenteel heeft directe armoedebestrijding vanuit morele overwegingen heel veel aandacht. Maar je moet als land juist investeren in sectoren als landbouw en infrastructuur die minder direct zichtbare resultaten opleveren, maar op de lange termijn structureel de armoede kunnen verminderen. Ontwikkelingslanden zijn meer gebaat bij perspectieven op langere termijn dan korte termijn resultaten.

Nederland moet een serieuze donor zijn in de landen die worden ondersteund, want dan heb je ook invloed. Dat betekent geen versnipperde hulp aan 36 landen, maar kiezen voor minder landen (10) en daar dan goed aanwezig zijn.  Hierdoor kan kennis over landen worden verdiept. Je zou  landendossiers moeten maken waar aspecten als migratie, financiële stabiliteit, klimaat, voedsel, energie, kennis over veiligheid vanuit een samenhangend perspectief benaderd worden. Nu worden deze zaken te vaak los behandeld.

Je moet per land bekijken wat nodig is. Kijk dan vooral naar de hulpvraag vanuit de bevolking en ondersteun die. Zo komt het geld niet bij corrupte leiders, maar bij de bevolking en de ontwikkeling daarvan. Overigens niet alleen minder landen subsidiëren, maar ook het tegengaan van versnippering door de vermindering van het aantal te subsidiëren organisaties.

Hulp heeft alleen zin als het langdurig is en een samenhangend pakket van interventies.  In complexe en moeilijke situaties is het vaak kwestie van uitproberen. Het geeft dan niet als iets mislukt, maar het is wel zaak om ervan te leren en continu aan te passen aan veranderende omstandigheden.  Zorg dat je een kleine flexibele organisatie hebt.

Het zou goed zijn als de donorlanden kiezen voor een sterkere “division of labour”. Inzetten op kennis van een beperkt aantal sectoren, zo zou Nederland  bijvoorbeeld kunnen inzetten op watermanagement.   Belangrijk daarbij is Europese samenwerking, de afstemming tussen landen moet beter. Probeer hulp in grotere verbanden te organiseren en te bundelen, dit kan via EU, Wereldbank, VN of IMF. Waarbij je kritisch moet zijn dan men niet te makkelijk overgaat tot verlenen van begrotingssteun, maar ook kiest voor ontwikkeling.
Investeer in research and development.  Kennis vergroten en delen is belangrijk en noodzakelijk. Zorg dat er uitwisseling en van kennis van universiteiten, bedrijven, onderzoekscentra met hun tegenhangers in de ontwikkelingslanden plaatsvindt. Wij moeten zorgen dat landen leren het zelf beter te doen.

Overigens is ontwikkelingshulp dan geld en kennis. Kijken naar concessies in handelsverdragen, financiële stabiliteit, minder strikte eigendomsrechten, kennis over klimaatvriendelijke ontwikkeling dragen in de meeste landen meer bij ontwikkeling dan klassieke hulp. Zo is het belangrijk dat  Nederland In de onderhandelingen over de hervormingen van het landbouwbeleid van de EU zich in zet voor het verminderen van het totaal aan handelsverstorende subsidies voor de Europese landbouw.

Overigens past bescheidenheid. Ontwikkeling van landen is maar in zeer beperkt mate afhankelijk van ontwikkelingshulp

Advertenties
%d bloggers liken dit: